zondag 2 augustus 2020

Uit de kast (XCIX): Roger Nupie


Toen ik voor deze rubriek weer voor de collectie dichtbundels ging staan om er met afgewende blik willekeurig een exemplaar uit te pikken, viel mijn hand op Abrikozen voor Ali van Roger Nupie (De Oostakkers Cahiers, Antwerpen, 2005), waaruit ik met de ogen toe bladzijde 22 opsloeg, met daarop dit titelloos gedicht:

Gooi de witte tanden
weg.

Gouden tanden
in de doos.

Ringen van de vinger,
oorringen eveneens.

Indien te weinig tijd
mét vingers, mét oren.

Kunstarmen en -benen
bij de krukken.

Kijk: rolwagentjes
aan de horizon.