Eens in de maand ga ik voor deze rubriek met de ogen dicht voor mijn poëziekast staan om daar een willekeurige bundel uit te nemen. Deze keer is dat De lippen van Max Ernst van Peter Nijmeijer (Fizz Subvers Press, Alkmaar, 1974), waaruit ik bladzijde 37 met daarop peckham rye 1970 opensloeg:
van verre kusten deze
tafel zend ik wilde
enthousiaste briefjes naar jou
die in een kale lege witte kamer
zonder kachel naakt zit weg
te kwijnen, van een zondig
leven droomt
en af en toe je schaars
geheugen op een tape zet.









.jpg)


.jpg)




















.jpg)
.jpg)







.jpg)





