Eens in de maand ga ik voor deze rubriek met de ogen dicht voor mijn poëziekast staan om daar een willekeurige bundel uit te nemen. Deze keer is dat Ontbindende voorwaarden van Anne Louïse van den Dool (Uitgeverij Querido, Amsterdam, 2024), waaruit ik bladzijde 9 opensloeg met daarop Spiegelschrift:
ik geef mijn voorletters de vorm van een dakje
de vervolgletters krijgen ramen
uit het laatste symbool kringelt rook
ik kan eerder achterstevoren schrijven dan rechtdoor
de juf zegt dat da vinci dat ook kon
ik hoop dat hij mijn brieven ontvangt
ik probeer blind te schrijven zoals ik ook blind kan typen
zet een spiegel op mijn bureau en maak
oogcontact dat niet mag wijken
alleen zo weet ik zeker dat ik niet lieg
dit lichaam is de laatste plek waar ik woon
ik geef het nog geen naam
wat je een naam geeft, kan zich aan je hechten


.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)


.jpg)

.jpeg)
.jpg)






.jpg)


.jpg)
.jpg)









.jpg)















