Eens in de maand ga ik voor deze rubriek met de ogen dicht voor mijn poëziekast staan om daar een willekeurige bundel uit te nemen. Deze keer gaat het iets anders. Ik ben met open ogen aan het controleren of ik straks na lezing ervan bij de H nog plaats heb voor de gloednieuwe 480 bladzijden omvattende bloemlezing Ramkoers – Gedichten 1979-2026 van mijn maat Albert Hagenaars. Daaruit sloeg ik, dat wel met de ogen toe, bladzijde 123 op met daarop Ultima Thule:
Het maakt zich langzaam los, onttrekt
de ik aan het gedicht in wording
over wat hem nogmaals ontglipt;
wordt beeld van werkelijkheid, af-
druk in zich op een aan anderen
voorbijgaande taal openende vorm.
Hij laat het gaan, verliest dit ontgaan,
bekommert zich niet meer om alle vragen,
vanuit de verte nog begaan,
ontvouwt zich, van alle pose ontdaan,
in wat men hem daarbuiten nog ontzegt.
Berust geheel en al, in deze tekst.





.jpg)








.jpg)



.jpg)

.jpg)
.jpg)






.jpg)






.jpg)
.jpg)

.jpg)


.jpg)


.jpg)
