maandag 2 maart 2026

Uit de kast (CLXV): Anneke Brassinga


Eens in de maand ga ik voor deze rubriek met de ogen dicht voor mijn poëziekast staan om daar een willekeurige bundel uit te nemen. Deze keer is dat Wachtwoorden – Verzamelde gedichten van Anneke Brassinga (Bezige Bij, Amsterdam, 2015), waaruit ik bladzijde 125 met daarop Gras opensloeg:

Bezaaid met geluk de klinkervloer
waar ik kniel en in donker tast.
Het waterglas vloog uit mijn handen
alsof een god verscheen, op slag
verdween. Alles is nat; was dit
het blinkend gras en ik het kind
dat zocht een verloren vergroot-
glas, scherven nog niet lezen kon.