woensdag 1 mei 2024

Uit de kast (CXLIII): Armando


Eens in de maand ga ik voor deze rubriek met de ogen dicht voor mijn poëziekast staan om daar een willekeurige bundel uit te nemen. Deze keer is dat Dagboek van een dader van Armando (Uitgeverij Tango, Leiden, 1973), waaruit ik 28 juli opensloeg:

Krijgslieden, gegroet.
Zij glinsteren van verre.
Zij hebben dikke benen
en een gulzig hoofd. En wat zijn
ze nalatig. Het doet mij even
vrezen.
Daar gaan ze weer. Ja, de Tijd
lacht, dat zie ik wel.